De sleutel naar de deur van verandering, zit aan de binnenkant.

Archief

Nieuw in archief | Artikel overzicht
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

2012-06-24

De bakstukken en bruine teugels zijn binnen!

24 juni 2012

Het heeft even op zich laten wachten, maar de bruine teugels en de bakstukken, zwart en bruin, zijn binnen.

De losse bakstukken zijn zeer geschikt om de kaptoom en de kandare te combineren. Op die manier kan men met hetzelfde hoofdstel longeren, rijden en het werk aan de hand uitvoeren.

Doordat de teugels voorzien zijn van musketonhaakjes, zijn deze makkelijk en snel te vervangen voor b.v. een longe.

Kosten:
kaptooms:   € 100,00 incl. BTW
teugels:       €   30,00 incl. BTW
bakstukken: €   25,00 incl. BTW

Deze producten zijn verkrijgbaar in bruin en zwart kwaliteitsleer.

Gelieve bij bestelling het adres te vermelden, waar het product naar verzonden moet worden.

2011-12-21

Balans kost kracht en kracht kost tijd!

21 decenber 2011

Een correct verzameld gaand paard voelt prettig aan om op te zitten. In de verzameling is het voor de ruiter makkelijker om als het ware vast te plakken aan de rug van het paard, samen te smelten en één te worden, om op die manier samen vloeiend te bewegen.

De basis van de verzameling vormt de zit. De zit is de basis van de hulpgeving. Daarom is  het zo belangrijk dat de ruiter in balans, losgelaten en zo mogelijk zo minst storend, schokvrij kan zitten in alle bewegingen. Pas als aan al deze voorwaarden is voldaan, wordt het mogelijk dat paard en ruiter beider zwaartepunten kunnen verenigen en men kan starten met de verzameling. 

Hoe komt het dat de schokken in de verzameling zachter, gedempter op de ruiter worden overgedragen?

Voorbeeld:
Stel je een volwassene voor die een kind op de schouders draagt.
Wanneer het lastdier (de volwassene) met gestrekte benen loopt, dan wordt het kind in draf behoorlijk door elkaar geschud. Zakt het lastdier daarentegen iets door de knieën en verlaagt daarmee zijn zwaartepunt, dan ontstaat een veel behaaglijker manier van lopen voor het kind. De beweging wordt zacht en veerkrachtig. Deze manier van lopen kan het kind in ontspanning uitzitten en soepel meebewegen.
De bewegingslijn wordt vlakker en nadert bijna een rechte lijn.

Op dezelfde manier brengt een verzameld paard een prettiger bewegingsmethodiek tot stand. Het wordt voor de ruiter makkelijker ontspannen mee te bewegen en zich te verenigen met het lichaam van het paard, als het paard zijn zwaartepunt verlaagd en met verende achterbenen zich voortbeweegt.

Het gemeenschappelijk zwaartepunt van paard en ruiter bewegen zich in verzameling  hierdoor over een kleiner oppervlak.
Het paard kan in deze toestand makkelijker balanceren en de ruiter kan makkelijker zitten. Het voordeel is dus tweezijdig.

Maar wil men zich bedienen van deze voordelen, dan moet men zich realiseren dat het verlagen van het zwaartepunt door het vermeerdert buigen in de hurken veel kracht kost.

In bovengenoemd voorbeeld: hoe lang houdt een volwassene het vol om het kind door een mulle bodem met gebogen knieën in alle richtingen, wendingen, vormen en acceleraties te dragen?

Deze vorm van ruitergenot behoeft een enorme hoeveelheid kracht, uithoudingsvermogen en conditie, die alleen met een langdurige, goed uitgebalanceerde, training voor het paard mogelijk wordt.

Meer informatie over balans of verzameling.

2012-03-12

In evenwicht of in balans?

9 maart 2012

Van een lesklant kreeg ik de vraag wat het verschil is tussen evenwicht en balans.
Een interessante vraag om eens nader over na te denken.

Doorgaans worden beide woorden door elkaar gebruikt. Ook in het woordenboek worden beide woorden als eender omschreven en als elkaars synoniem gegeven.
Maar hoe zit het in natuurkundige zin?

De volgende twee plaatjes laten een stapel stenen en een ei zien.

                                                        

Beide objecten bevinden zich in balans.

Op de onderstaande twee afbeeldingen zien we twee skateboarders. De linker is in balans en de rechter is overduidelijk uit balans.

                     

 

 

Wat is er nodig om in balans te zijn?
Hiervoor hebben we een steunvlak nodig, een middenlijn (mediaan) en een massa die zich op een bepaalde manier verdeeld ten opzichte van het steunvlak en de middenlijn.

Onder een steunvlak wordt verstaan => het stuk grondgebied waarmee het voorwerp/de massa contact maakt met de grond.

Stel we staan op twee voeten. Het gehele gebied waarmee de massa contact met de grond maakt, is het steunvlak van de massa. Dus ook het stuk grond tussen beide voeten in dit geval.

Om in balans te blijven, moet de massa zich ten opzichte van de middenlijn evenredig verdelen.

Dit hoeft niet te betekenen dat de massa gelijkmatig verdeeld is boven het steunvlak. Maar er moet net zoveel gewicht links als rechts van de middenlijn blijven, anders valt de massa om.

 

In balans, maar uit evenwicht

 

 

Op bovenstaand plaatje zien we een turner die perfect zijn balans weet te behouden in alle posities, maar hij is niet in evenwicht.

We spreken over evenwicht, wanneer de totale massa evenredig, symmetrisch verdeeld is ten opzichte van de middenlijn en daarmee dus boven het steunvlak.

Dat houdt in dat de massa links en rechts van de middenlijn elkaars spiegelbeeld zijn.

                                                                      In evenwicht en in balans

Dit betekent dus dat een massa uit evenwicht, maar in balans kan zijn.
En dat als een massa in evenwicht is, hij automatisch ook in balans is.

Wel grappig om te bedenken dat we in de nederlandse taal ook spreken over "balanceren" en niet over b.v. "evenwichten". Want een massa kan wel continue zijn gewicht anders verdelen t.o.v. het steunvlak zonder dat hij omvalt (balanceren - denk aan een koorddanser), maar je bent in evenwicht of je bent het niet.
We kunnen dus stellen dat we spreken over evenwicht uitsluitend bij statische objecten en nooit bij bewegende objecten.

In de meeste gevallen bedoelen we dus balans als we het over evenwicht hebben. Zo ook in de Rijkunst.

 

 

2011-08-14

Waarom moeten we als ruiter de schouderbinnenwaarts en de travers beheersen?

14 augustus 2011

Inmiddels weten we dat de schouderbinnenwaarts en de travers twee enorm belangrijke oefeningen zijn voor de training van het paard.

In tegenstelling tot de reguliere (engelse) rijkunst worden deze oefeningen in de Klassieke Rijkunst al snel geïntroduceerd, omdat ze van groot nut zijn voor de ontwikkeling van het paard, onafhankelijk van zijn opleidingsgraad.


Zo zijn de voordelen van de schouderbinnenwaarts:

  • verbeteren lengtebuiging;
  • buigzamer, sterker en soepeler maken van het binnenachterbeen;
  • meer schoudervrijheid ontwikkelen;
  • nageeflijker maken;
  • verbeteren van de balans;
  • beter aan de hulpen brengen;
  • grotere durchlässigkeit;
  • het paard wordt lichter in de voorhand.

Voordelen van de travers:

  • verbeteren lengtebuiging;
  • verbeteren coördinatie in de ledematen;
  • verbeteren van de balans;
  • sterker, soepeler en buigzamer maken van het buitenachterbeen;
  • meer schoudervrijheid ontwikkelen;
  • het paard wordt lichter in de voorhand, waardoor hij makkelijker te sturen wordt.


Uit bovenstaande blijkt dat we het doorgaans hebben over de voordelen die deze oefeningen het paard bieden.

Maar ook voor de ruiter zijn deze oefeningen van groot belang om zo volledig mogelijk te doorgronden en te beheersen. Dat wil zeggen te kennen (theoretisch) en te kunnen (praktisch). 

Waarom?
Het aanleren van deze oefeningen voor de ruiter, zowel aan de hand als rijdend, is een tijdrovende zaak. 

Wat moet de ruiter leren?

  • welke hulpen hij moet geven en waarom;
  • de timing, dosering en combinaties van de hulpen;
  • gevoel ontwikkelen voor de juiste vorm;
  • gevoel ontwikkelen voor de juiste richting;
  • gevoel ontwikkelen voor de juiste kwaliteit van de oefening;
  • gevoel ontwikkelen voor het toepassen van de oefening op het juiste moment en in de juiste mate passend bij het opleidingsniveau van het paard. 

Door het werken met veel verschillende soorten paarden van verschillend opleidingsniveau zal de ruiter:

  • gevoel krijgen voor de uitvoering van de oefening:
  • het doel, de essentie van de oefening leren voelen;
  • weten wanneer, hoe lang, en in welke mate hij de oefening kan vragen, passend bij ieder individueel paard;
  • adequaat leren reageren; 
  • een goed beeld en gevoel ontwikkelen voor de kwaliteit van de oefening;
  • de oefening zo leren beheersen dat het als het ware vanzelf lijkt te gaan;
  • ieder paard de oefening aan kunnen leren, zowel aan de hand als rijdend;.
  • de werking van de directe en indirecte teugel ontdekken;
  • de versale en traversale hulpen leren begrijpen en toepassen;
  • Als een trainer leren denken en werken. 

Met de opgedane kennis en vaardigheden zal de ruiter het paard ten allen tijde recht kunnen richten, waardoor het paard in balans blijft. Alleen op die manier kan men een paard uiteindelijk verzamelen en oprichten.

Voorbeeld:
Tijdens het voorwaarts bewegen op een volte of rechte lijn, zal een paard regelmatig zijn balans verliezen, waardoor hij:

  • zijn vorm verliest;
  • de nageeflijkheid verloren gaat;
  • het achterbeen niet meer correct ondertreedt;
  • hij op zijn binnenschouder valt of
  • over zijn buitenschouder valt;
  • de achterhand uitzwaait of
  • zijn achterhand naar binnen komt; etc. 

Stel we rijden linksom op de binnenhoefslag. Het paard start met een keurige LVO, maar na enkele passen voel je dat je naar de omheining getrokken wordt. Het paard valt over de schouder en de achterhand valt naar binnen.

Via de schouderbinnenwaarts hulpen (de versale hulpen) kan je het binnenachterbeen weer onder het zwaartepunt brengen en via de buitenteugel (indirecte teugelwerking) kan je de schouder weer richten voor de achterhand, zodat het paard opnieuw zijn balans vindt.


Weer gaat het een paar passen goed, maar plots trekt het paard naar binnen, komt er spanning op de binnenteugel, verliest hij de lengtebuiging en valt de achterhand naar buiten.

Via de traversale hulpen kan je het paard nu opnieuw in balans brengen. Het buitenbeen brengt de achterhand naar binnen. De indirecte binnenteugel maakt een ophouding (omhoog en) naar buiten, zodat de voorhand en de achterhand weer recht ten opzichte van elkaar komen te staan. 

Maar ook in de oefening schouderbinnenwaarts kan en moet je soms het paard traversmatig corrigeren, wanneer de achterhand te ver naar buiten komt  en hij op de binnenschouder  valt.

In de travers zien we vaak dat juist de schouderbinnenwaarts hulpen (versale hulpen) nodig zijn om het paard in de juiste vorm en in balans te houden, zodat hij traversmatig kan blijven lopen

Tijdens de training zullen deze fenomenen regelmatig voorkomen, zowel op de rechte lijnen,  op de gebogen lijnen (voltes, slangenvoltes), in de oefeningen en in de diverse vormen van verzameling en verruiming.

Door gebruik te maken van de versale (schouderbinnenwaarts) en traversale (travers) hulpen kan de ruiter het paard continue ondersteunen om rechtgericht te blijven bewegen, zodat hij niet uit balans raakt.

Conclusie
Doel voor het paard:
symmetrische spiertechnische ontwikkeling
sterker, buigzamer en soepeler maken

Doel voor de ruiter:
Het biedt de ruiter de "gereedschappen", waarmee men het paard in balans kan houden, zodat we hem kunnen verzamelen.

Het rijden van de schouderbinnenwaarts en de travers (en de daarvan afgeleide oefeningen) zijn noodzakelijk, zowel voor paard als ruiter, mits men zich bewust is, met welk doel men ze rijdt.

 

2011-08-16

Bergen of hobbeltjes?

15 augustus 2011

                                "Kijk eens om
                                op je levenspad
                                en zie de kiezels
                                die bergen leken
                                voor je ze passeerde."

                                T.w. Rasker

 

 



Soms lijken dingen immense obstakels, maar zodra je de uitdaging bent aangegaan en  je de hindernis hebt overwonnen, blijken het slechts kleine drempels te zijn geweest.

 

2011-05-29

De buiging van de achterhand!            29 mei 2011

Er zijn 2 redenen waarom een paard zijn hurken niet wil buigen in het voorwaarts gaan.
    a. hij is stijf in zijn rug van neus tot staart (rugmusculatuur);
    b. hij is overbogen.

 

 

 

 

a. Door de stijve rugspieren, kan het paard zijn bekken niet kantelen. Hierdoor kunnen zijn achterbenen niet onder het zwaartepunt, de massa komen en zullen dus niet inbuigen als gevolg van het vermeerderde gewicht.

b. Een paard kan op 2 manieren "overbogen" zijn.

  • Een paard kan te hoog worden ingesteld. Hierbij is de positie van het hoofd ten opzichte van de daling van de achterhand uit balans (hoofd te hoog - rug hol/weggedrukt - achterhand hoog) - plaatje a.
  • Een paard kan ook zijn hoofd in een voorwaarts neerwaartse positie plaatsen, waarbij zijn neus achter de loodlijn komt (hoofd te diep - achterhand hoog) - plaatje b.

Beide posities in de hoofdhalshouding belemmeren het onderbrengen van de achterhand en daarmee het inbuigen van de hurken (achterhandgewrichten).