Tegenslag is de beste gelegenheid om te tonen dat men karakter heeft. Seneca Romeins filosoof, staatsman en toneelschrijver (5 v.C. 65 n.C.)

Archief

Nieuw in archief | Artikel overzicht
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

29-12-2014 

Moraal van het verhaal

29 december 2014

Hieronder tref je een aantal verhalen aan met een diepere betekenis.
Deze verhalen maken je bewust van verschillende menselijke eigenschappen, waarmee we in ons werk met de paarden ook te maken hebben.

Een verhaal over het leven

(Door Hein Pragt, gebaseerd op "A story to live by" van Ann Wells)

Mijn vriend opende de onderste lade van de kledingkast van zijn vrouw en haalde er een klein en mooi verpakt pakketje uit. “Dit is geen ondergoed” zei hij,”dit is lingerie”. Hij pakte het pakketje uit en hield een prachtige slip in de handen, het was gemaakt van echte zijde en afgezet met prachtige kant. Het prijskaartje met een enorm bedrag zat er nog aan. Ze heeft dit gekocht toen we tien jaar geleden een uitstapje maakten, maar ze heeft het nooit gedragen. Ze zei altijd dat ze het bewaarde voor een speciale gelegenheid, nou ik denk dat dit dan de speciale gelegenheid is.

Hij nam de slip en deed het in de doos met kleding voor de uitvaartverzorger, zijn handen streken over het zachte materiaal en daarna sloeg hij boos de lade dicht. “Bewaar alstublieft nooit wat voor een speciale gelegenheid” zei hij ineens, “iedere dag die je leeft is een speciale gelegenheid”.

                                                                                       
Het verhaal van de echo

Een man en zijn zoon lopen in het bos, plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt roept hij: "Ahhhh". Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die "Ahhhh" roept. Vol nieuwsgierigheid roept hij: "Wie ben jij?", maar het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?". Hij wordt kwaad en hij roept: "Je bent een lafaard!", waarop de stem antwoordt: "Je bent een lafaard!". Daarop kijkt de jongen naar zijn vader en vraagt: "Papa, wat gebeurt hier?".

De man antwoordt: "Zoon, let op!" en hij roept vervolgens:"Ik bewonder jou!". De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!". De vader roept: "Jij bent prachtig!" en de stem antwoordt: "Jij bent prachtig!". De jongen is verbaasd, maar begrijpt nog steeds niet wat er aan de hand is.

Daarop legt de vader uit: "De mensen noemen dit ECHO, maar in feite is dit het LEVEN!
Het leven geeft je altijd terug wat jij erin binnen brengt. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wilt, geef dan meer liefde! Wil je meer vriendelijkheid, geef dan meer vriendelijkheid! Als je begrip en respect wenst, geef dan begrip en respect. Wil je dat mensen geduldig en respectvol met je omgaan, geef hen dan geduld en respect! Deze natuurwet gaat op voor elk aspect van ons leven.".

Het leven geeft je altijd terug wat jij erin brengt, het is geen toeval, maar een spiegel van jouw eigen handelingen.

                                                                                          

Het verhaal van verdriet en hoop

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al tamelijk oud maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een ineen gekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich en vroeg "Wie ben jij?"

Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterde een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. "Och, het Verdriet!", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette. "Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid". "Ja maar, stotterde het Verdriet, Waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit?' "Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.".

Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "Geërgerd is datgene wat hard maakt". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet je maar bij elkaar houden" En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."

"Och ja, bevestigde de vrouw, zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen.'! Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen." Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg.

Haar huilen was eerst zwak ,toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld. De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is." Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe met gezellin verbaasd aan. "Maar.....maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een jong meisje, "Ik? ,ik ben de Hoop."

           

De trouwe hond

Er was eens een man die gelukkig leefde met zijn vrouw en hun enige pasgeboren zoon. Op een dag zei de vrouw tot haar man: "Jij blijft hier met onze zoon terwijl ik naar het badhuis ga. Ik zal niet lang weg blijven." Terwijl de man thuis zat en zijn zoon boven lag te slapen, kwam er een boodschapper van de koning. De koning wilde dat de man onmiddellijk naar het paleis kwam. De man kon daarom niets anders doen dan de koning gehoorzamen en naar het paleis gaan.

De man maakte zich geen zorgen om de jongen die hij alleen moest achterlaten in het huis omdat hij een trouwe hond had om hem te bewaken. Deze hond die bij hen was komen wonen toen het nog een puppy was, was een deel van de familie geworden. Daarom kon de man de deur van het huis met een gerust hart sluiten en op weggaan samen met de boodschapper. Toen de man terug kwam van het paleis liep de hond naar de deur zoals gebruikelijk om zijn baasje enhousiast te begroeten. Toen de man de hond over zijn kop aaide zag hij dat de haren om zijn bek onder het bloed zaten. Onmiddellijk kwam de gedachte bij hem op dat de hond zijn zoon aangevallen moest hebben, en dat het bloed op de bek van zijn hond dat van zijn zoon moest zijn. In een aanval van blinde woede pakte de man zijn stok en begon de hond te slaan. Hij bleef doorgaan met slaan. Op het laatst kon de hond de klappen niet meer aan en stierf...

De man droeg de hond naar buiten om hem te begraven toen hij plotseling een baby hoorde huilen. Hij liep op het geluid af dat achter een struik vandaan leek te komen. Eenmaal daar aangekomen, zag hij zijn zoon liggen. Levend. Naast zijn zoon lag een wolf. Een wolf die door zijn trouwe hond was gedood om het kind te beschermen.... Plotseling realiseerde de man welke fout hij had begaan, een fout die nooit meer ongedaan kon worden gemaakt.

Moraal: De werkelijkheid in je hoofd is niet altijd de "echte werkelijkheid". Dus bedenk goed of iets "echt" zo is of dat je denkt dat het "echt" zo is!         

 

Geluk

Er was eens een boer die een arm plattelandsdorpje woonde. De boer werd als iemand in goeden doen beschouwd, want hij had een paard dat hij gebruikte om mee te ploegen en ook om er allerlei dingen mee te vervoeren. Op een dag ging zijn paard ervandoor. Alle buren vonden dit vreselijk, maar de boer zei alleen maar; "Ach wat is pech en wat is geluk".

Een paar dagen later kwam het paard terug en bracht ook nog twee wilde paarden mee. De buren vonden allemaal dat hij geweldig geluk had gehad, maar de boer zei alleen: "Ach, wat is geluk en wat is pech".

De volgende dag probeerde de zoon van de boer op een van de wilde paarden te rijden. Het paard wierp hem af en de zoon brak een been. De buren boden hun medeleven aan met deze tegenspoed, maar de boer zei opnieuw: "Ach, wat is pech en wat is geluk".

Een week later kwamen er militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte krijgsdienst. De zoon van de boer wilden ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. Toen de buren lieten weten dat hij toch wel geluk had gehad, antwoordde de boer: "Ach wat is geluk en wat is pech".

De moraal, geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat.

           

De echo

Een man en zijn zoon lopen door het bos.
Plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt, roept hij "aaahhh".
Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen roepen: "aaahhh".
Nieuwsgierig roept de jongen: "Wie ben jij?"
Het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?"

Hij wordt kwaad en roept: "lafaard!", waarop de stem roept: "lafaard!"
De jongen kijkt zijn vader aan en vraagt wat er gebeurt.
De man antwoordt: "Let maar eens op" en roept vervolgens: "Ik bewonder jou."
De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!"
De man roept: "Jij bent prachtig!"
De stem antwoordt: "Jij bent prachtig!"

De vader legt daarop uit:
"De mensen noemen dit een echo, maar eigenlijk is het 'het leven'.
Het leven geeft je altijd terug wat jij geeft. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wil, geef dan meer liefde. Wil je dat mensen begripvol en respectvol met je omgaan? Geef ze dan begrip en respect.
Dit gaat op voor alle aspecten van het leven.
Wat je geeft wordt weerspiegeld in wat je terugkrijgt van het leven."


De vlinder

Een man vindt een cocon van een vlinder en neemt deze mee naar zijn huis. Op een dag verschijnt er een kleine opening in de cocon. De man kijkt een paar uur toe hoe de vlinder worstelt om zich door de kleine opening naar buiten te werken.

Het lijkt erop dat het proces niet langer meer vooruit gaat. Het ziet er naar uit dat de vlinder zover gekomen is als hij kan en niet meer verder komt. Dus besluit de man de vlinder te helpen. Hij neemt een schaar en knipt de rest van de cocon open. De vlinder kan zich nu vrij eenvoudig losmaken.

Maar de vlinder heeft een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels. De man verwacht dat de vlinder elk moment zijn vleugels zal uitslaan en het lichaam daarmee ondersteunt. Maar dat gebeurt niet. De vlinder besteedt de rest van zijn leven aan rondkruipen met een gezwollen lichaam en verfrommelde vleugels. De vlinder is nooit in staat te vliegen. 


De man was vol liefde en goede bedoelingen, maar begreep niet,
dat de kleine opening in de cocon en de worsteling van de vlinder om eruit te komen,
de natuurlijke weg was om vocht vanuit het lijf in de vleugels te persen,
zodat hij gereed zou zijn om te vliegen, zodra hij de cocon had verlaten.

Soms zijn worstelingen precies, wat we nodig hebben in het leven.
Als we ons leven zouden leven zonder obstakels, zouden we kreupel raken.
We zouden niet zo sterk zijn, als we zouden moeten zijn.
We zouden niet kunnen vliegen.


De Drie Zeven

Socrates, de Griekse wijsgeer, liep eens door de straten van Athene. Plotseling komt een man opgewonden naar hem toe. "Socrates! Ik moet je iets vertellen over je vriend die..."

"Ho eens even", onderbreekt Socrates hem. "Voordat je verder gaat. Heb je het verhaal dat je mij wilt vertellen gezeefd door de drie zeven?" "Hm", zegt de wijsgeer.

"De drie zeven? Welke drie zeven", vraagt de man verbaasd."Laten we het proberen, stelt Socrates voor.
"De eerste zeef is de zeef van de waarheid. Heb je onderzocht of het waar is wat je mij vertellen wilt?" "Nee, ik hoorde het vertellen en..."

"Ah juist! Dan is het toch zeker wel door de tweede zeef gegaan? De zeef van het goede? Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?"

Aarzelend antwoordt de man: "Eeeh nee, dat niet. Integendeel..."

 "Laten we dan de derde zeef gebruiken. Is het noodzakelijk om mij te vertellen wat jou zo opwindt?"
"Nee, niet direct noodzakelijk", antwoordde de man"Welnu", zegt Socrates glimlachend. "Als het verhaal dat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en belast mij er niet mee".


Droom


In een droom liep ik een winkel binnen;
achter de toonbank stond een engel.

Ik vroeg: "Wat verkoopt u hier?"
"Alles, wat u maar wilt," zei de engel.

"0," zei ik, "echt waar?
Ik wil graag vrede op aarde,
geen honger en armoede meer,
gezondheid en onderdak,
vrijheid en respect voor iedereen."

""Wacht even," zei de engel,
"U begrijpt me verkeerd.
Wij verkopen hier geen vruchten.
Alleen maar de zaden, die kunt u zelf zaaien."

 

Gebed

Ik vroeg om kracht en ik ontving moeilijkheden om me sterk te maken.  
Ik vroeg om wijsheid en ik kreeg problemen om op te lossen.
Ik vroeg om voorspoed en ik kreeg het verstand om te kunnen werken.
Ik vroeg om moed en ik kreeg obstakels om te overwinnen.
Ik vroeg om liefde en ik kreeg mensen met problemen, die ik kon helpen.
Ik vroeg om gunsten en ik ontving kansen.
Ik kreeg niets wat ik wilde, maar ontving alles, wat ik nodig had.

 

Wilt u reageren op dit artikel?

Tonen bij bericht?
Na het versturen, wordt uw reactie gecontroleerd door onze redactie voordat het geplaatst wordt.