Als de leerling bereid is, zal de leermeester verschijnen. Oosters spreekwoord

Archief

Nieuw in archief | Artikel overzicht
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

07-08-2013 

De (schuimende) paardenmond!

7 augustus 2013

Inleiding
Een mooi schuimende paardenmond? Door velen wordt dit als positief ervaren.

Maar er is een verschil tussen schuimen en schuimen.


Wat is het schuim rond de paardenmond?
Speeksel bestaat uit eiwit. Eiwit stolt als het zich verbindt met lucht, denk maar aan het opkloppen van eiwit.

Wanneer een paard kauwt, wordt zijn speeksel als het ware geklopt en ontstaat er een randje schuim om zijn mond.  Dit is dus een natuurlijk proces.

Een schuimende paardenmond zegt dus in principe niets anders dan dat het paard zijn kaken beweegt. Maar hoe kauwt je paard?

Losjes, rustig knabbelend of hectisch en  misschien wel knarsetandend? In beide gevallen wordt speeksel geproduceerd en kan er schuim ontstaan. 

Gelijkmatig, rustig afkauwen is doorgaans een teken van ontspanning en tevredenheid. De spanning rond de kaakspieren wordt door het kauwen afgebouwd.
Een paard dat hectisch en knarsend kauwt, is niet ontspannen, maar juist gespannen.Een dergelijk paard zal echter wel schuim aanmaken. Wanneer het paard bovendien niet in staat is zijn speeksel/schuim weg te slikken, zal de stress alleen maar toenemen.
(Bovenmatige stress leidt tot de afname van speeksel en zelfs tot de vorming van een droge mond.)
Een kwijlend paard (overmatige speekselproductie) is ook een teken van spanning/stress in de mond. Het kan zijn dat het paard teveel bezig is met het bit, omdat deze b.v. niet goed past.

Het is geen bewijs van ontspanning, nageeflijkheid of losgelatenheid.

Een paard produceert ca. 30 liter speeksel per dag (nodig voor het verorberen van het droge ruwvoer). Toch is de hoeveelheid schuim, dat een paard produceert, afhankelijk van veel factoren.

Een schuimende paardenmond kan op verschillende manieren ontstaan.

Een ontspannen paard zal zijn kaken (net als mensen) ontspannen. Ook zonder bit zal dit gebeuren. Bij het loswerken met paarden, kan je altijd duidelijk zien wanneer het paard zich gaat ontspannen. Hij gaat kauwen en likken, waardoor de spanning rond de kaakspieren wordt afgebouwd.

Een paard dat met bit gereden wordt, zal, mits het bit rustig in zijn mond ligt (denk aan de ruiterhand) en geen pijn en/of stress veroorzaakt, rustig op het bit kauwen.

Een paard dat rustig op het bit knabbelt, beweegt zachtjes zijn mond. Dit moet het resultaat zijn van goed rijden en niet van hulpmiddeltjes, zoals honing en speciale mondstukken.

Maar het mes snijdt aan twee kanten. Ontspannen kauwbewegingen zijn een teken van lossigheid en kalmte, aan de andere kant kunnen kauwbewegingen een paard juist losser in de kaak maken, waardoor ook de rest van zijn lijf zich meer zal kunnen ontspannen. Denk maar aan koetsiers die, in vroeger dagen, spekzwoerd rond het bit wikkelden of het geven van een snoepje om de kaakbeweging te bevorderen.

Puur het feit dat het paard een metaalsoort in zijn mond heeft, zet hem al aan tot speekselen.

Voor ons geldt hetzelfde. Neem maar eens een paar voorwerpen van verschillende metaalsoorten (zoals koper, plastic, ijzer, nikkel of roestvrij staal) in de mond en je mond loopt vol speeksel. Hoeveel is afhankelijk van de soort metaal.

Zo gaat dat bij paarden ook. Bepaalde bitmaterialen zorgen voor meer schuim dan andere. Alleen dat is de simpele reden waarom paarden met een bit over het algemeen meer kauwen en daarmee meer schuim aanmaken dan paarden met een bitloze optoming. Maar al die speciale bitten, met stukjes koper erin of met een hoge koperlegering, of met appelsmaak, helpen niet, als de hand daarachter zich vastzet en trekt in plaats van nageeft. In dat geval zal een paard heftig kauwen en bijten op het bit, maar niet ontspannen. Hij schuimt overvloedig, maar dat is geen teken van ontspanning.

Het schuimen is correct als een paard gaat kauwen en knabbelen op het bit omdat hij door de kaak heen komt/los laat. Daarom zal een paard bitloos wel degelijk gaan schuimen, met een fijn smal laagje schuim over de boven- en onderlip. Een bewijs dat het paard de kaak ontspant en daarmee ook de rest van zijn lijf kan ontspannen.

Met een ontspannen kaak ontspannen ook de tongbeentjesspieren. De tongspier gaat weer over naar de spier die via de onderkaak naar het borstbeen loopt aan de onderkant van de paardenhals. Is die spier ontspannen dan zal het paard afknikken in de nek, waardoor de ruimte achter de onderkaak smaller wordt. Daardoor ontstaat er een lichte druk op de oorspeekselklieren, begint het speekselen en komt het schuim. Men moet er echter goed opletten, dat wanneer men het paard niet van achteren naar voren (het paard behoudt de volledige lengte van de hals bij het afknikken), maar van voren naar achteren rijdt (de halslengte wordt hierdoor korter), de ruimte tussen de kaak en de dwarsuitstekels van de atlas en de draaier te klein wordt voor de speekselklieren. Hierdoor wordt de druk op de klieren te groot en bestaat de kans dat wanneer dit veelvuldig gebeurt, de speekselklieren beschadigd raken.

Het kauwgedrag van een paard heeft dus invloed op zijn totale spierstelsel. Als het paard zijn kaakgewricht ontspant, kan hij ook de spieren ontspannen in zijn borstbeen-tongbeenspier, schouder-tongbeenspier en de tongbeenspier, die tot achter zijn oor loopt. Zijn al deze spieren ontspannen, dan is je paard een stuk nageeflijker. Sterker nog: bij een duidelijk losgelaten kaak voel je de ontspanning tot onder het zadel. Door het (rustig) afkauwen komen de spieren van het onderste deel van de hals los en is het paard in staat om af te buigen in de nek. Hierdoor wordt de oorspeekselklier geactiveerd en de schuimproductie opgewekt.

"Toch kunnen paarden die gestresst zijn ook gaan schuimen, omdat ze overdreven kauwbewegingen maken of constant op het bit lopen te bijten of met hun tanden klapperen. Zelfs wanneer de hals wordt weggedrukt en de mond met een sperriempje dichtgesnoerd is, kunnen paarden nog schuimen.

"Die paarden proberen krampachtig de mond te openen, maar ondanks het sperriempje blijft er nog ruimte over om een beetje te kauwen, genoeg om van het speeksel schuim te maken. Een paard moet de onderkaak kunnen bewegen, zodat de tongspier niet verkrampt. Daarom geldt de regel dat er minstens twee tot drie vingers ruimte moeten zitten tussen neusriem en paardenhoofd." (Marion Wickert, dierenarts)

Gezonde paardenmond
Hoeveel schuim een nageeflijk paard produceert, is onmogelijk om aan te geven. Er zijn namelijk ook paarden die helemaal geen kauwbewegingen maken en ook geen schuim produceren. “Elk paard is uniek, ook in zijn schuimproductie. Zo hebben paarden die over een korte mondspleet beschikken de neiging tot minder mondactiviteit. Ze produceren hierdoor minder schuim, maar dat wil niet zeggen dat deze paarden niet ontspannen en nageeflijk kunnen lopen. Schuim is bij een paard dus geen bewijs van nageeflijkheid of losgelatenheid. Schuim heeft niet onvoorwaardelijk met goed mennen of rijden te maken. Een gezonde activiteit van de paardenmond, met of zonder schuim, is belangrijk voor een gezond paardenlichaam en een goede, verantwoorde rijhouding en daarmee ook voor een gelukkig paard.

Ontspanning
De kauwende - ontspannende - beweging van de kaakspier is belangrijk in de rijkunst.

De tongspier, die belangrijk is bij het kauwen en slikken, is via de tongbeentjes verbonden met de borstspier en rugspieren.

Een aantal tongspieren is verbonden met botjes in de keel, die tongbeentjes heten (zie tekening B nr. 3). Aan deze tongbeentjes zijn twee belangrijke halsspieren aangehecht (zie afbeelding A nummer 5 & 6):

De M. Sternohyoideus (nummer 6) verbindt de tongbeentjes met het borstbeen.

De M. Omohyoideus (nummer 5) verbindt de tongbeentjes met de binnenkant van schouderblad.

Er bestaat dus een directe verbinding van de tong naar het borstbeen, naar het schouderblad en indirect naar:

  • de Subclavius ( zie gekleurde afbeelding, de blauwe spiergroep die aan de binnenzijde van het schouderblad ligt).
  • de M.Pectoralis anterior (zie afbeelding, de groene spiergroep links deze is verbonden aan het borstbeen).
  • de M.Pectoralis posterior (zie afbeelding onder, de groene spiergroep rechts).

Als de tong gespannen is, werkt deze spanning door in de bovenstaande spieren. Zoals in de afbeelding goed te zien is, ontstaat door deze spierspanning een kettingreactie. Want de spanning werkt ook door in de M. Serratus ventralis (de gele spiergroep) die verbonden is met de halswervels en de ribben die door deze spanning licht geblokkeerd worden in hun natuurlijke bewegingsvrijheid. Maar staat ook in verbinding met de verschillende halsspieren die uiteindelijk aanhechten aan de M. Latissimus Dorsi (de schuine rugspieren), die weer in verbinding staan met de M. Longissimus dorsi (de lange rugspieren). 

Naast de al ingewikkelde materie van de bespiering rond de tong, kaak en tongbeentjes, hebben we hier ook te maken met de vele zenuwbanen die zich rond het kaakgewricht bevinden. Deze zenuwen, onderdeel van het centrale zenuwstelsel, zorgen er ondermeer voor dat het paard weet waar zijn voeten zich bevinden en maken dus deel uit van zijn coördinatiesysteem. Dit hangt derhalve weer samen met de balans van het paard.

Tongproblemen kunnen dus blokkades veroorzaken verderop in het paard, maar ook kunnen blokkades elders in het lijf van het paard, tongproblemen veroorzaken.

Veel blokkades worden gevonden rond de eerste halswervel, in het tongbeen, in de schedel en ook rond het heiligbeen, ter hoogte van het kruis, dat via het ruggenmerg in verbinding staat met de schedel. Door een blokkade in de rug (en dus ook onder het zadel) kan een te hoge spanning rond het middenrif ontstaan, dat via onderhuids bindweefsel weer in verbinding staat met het tongbeen, het kaakgewricht, het hoofd en de eerste halswervel.

Een paard is in staat vrijer te bewegen met een betere coördinatie door een vrije, ontspannen en zachte tong. Met een ontspannen tong kunnen de passen van het paard opvallend langer worden, zijn balans beter en bovenal wordt het paard gemakkelijker te rijden. Er valt dus alles voor te zeggen dat rijden met een hele fijne en zachte aanleuning vele voordelen heeft ten opzichte van het rijden op veel druk van de hand, aangezien bij een zachte handinwerking de tong vrijwel altijd ontspannen in de mond ligt, geen tegendruk hoeft te geven, niet gebruikt hoeft te worden om druk ergens in de mond te verminderen, niet teveel geprikkeld of afgekneld wordt en niet verlegd hoeft te worden om aan hevige druk of pijn te ontkomen.

De Amerikaanse onderzoekster Hilary Clayton heeft opnamen mogelijk gemaakt van de tong in de mond van een paard met een bit in. Het blijkt dat sommige paarden de tong helemaal naar achteren opkrullen en het bit alleen op het voorste stukje van hun tong accepteren. Andere paarden gooien steevast de tong over het bit. Maar even zo vaak steekt een paard razendsnel constant de tong over en onder het bit.

Wat een paard doet met een bit, is erg tongafhankelijk.

Alleen met een ontspannen tong is een paard in staat met de juiste aanleuning en goed aan het bit te lopen. 

Tongproblemen
Er zijn tongen die het verdragen van een bit voor een paard onmogelijk maken. Veelal is de onderkaak te ondiep van vorm om de tong te kunnen opbergen. Door steeds edelere paarden te fokken, zijn de onderkaken steeds smaller geworden. Vaak past er nog geen vinger tussen de twee kaakhelften. De tong daarentegen is niet veranderd en is een dikke, vlezige spier. Tussen de tong en het verhemelte is nauwelijks ruimte voor een bit. Zakte vroeger door druk van een bit de dikke tong tussen de beide kaakhelften, tegenwoordig lukt dit nauwelijks.

Voorkomen van spanning in de mond
Om problemen met de tong en alles wat daarom heen hangt te voorkomen is het raadzaam om eens in de mond van je paard te kijken. Omdat dit best lastig is, kan je tijdens een gebitsbehandeling van de paardentandarts eens vragen of je zelf ook een keer mag kijken en voelen in de mond van je paard.

  • voel eens aan de tong (voorzichtig en vooral niet aan trekken!). Is hij dik of dun, smal of wat breder?
  • kijk naar het verhemelte (hangt het hoog of laag?);
  • kijk naar het tandvlees en de slijmvliezen in de mond (kleur, beschadigingen, dikte op de lagen etc.);
  • hoe sluiten de tanden en kiezen op elkaar;
  • kijk hoe het paard reageert bij aanraking.

Om een goede indruk te krijgen van een paardenmond is het aan te raden meerdere paarden te bekijken, zodat je deze kan vergelijken.

Wanneer je een indruk hebt gekregen van een paardenmond, bedenk dan nog eens wat je in de mond hangt.

Bijvoorbeeld:

  • Een te dik bit kan het sluiten van de paardenmond bemoeilijken. Dit geeft spanning in de kaak en dit heeft weer invloed op de eerste halswervel.
  • Een te breed bit of een te laag hangend bit kan irritatie in de mond geven, waardoor het paard onrustig wordt met zijn tong en er dus weer spanning optreedt.
  • Niet alle materialen zijn even prettig voor een paard, denk hierbij bijvoorbeeld aan nikkel. Ook paarden kunnen hiervoor allergisch zijn.
  • Ook het oppervlak (glad of ruw) kunnen bepalend zijn voor meer rust/ontspanning in de mond. Zo is uit onderzoek gebleken dat een "sinaasappelachtig" oppervlak door veel paarden als prettig ervaren wordt.
  • Teveel druk op de tong en de lagen veroorzaakt pijn, wat weer spanning teweeg brengt en zelfs angst en slikproblemen.
  • goede gebitsverzorging (minimaal 1x per jaar) is noodzakelijk om problemen te voorkomen.

Schuim of geen schuim?
Blijf kijken naar het gehele paard! Ziet hij er ontspannen, rustig en tevreden  uit? Beweegt hij losgelaten, met een deinende, verende rug, een loshangende, meebewegende staart? Is hij makkelijk te sturen? Heeft hij een rustig oog? Wacht hij rustig tijdens het opstijgen? etc.

 

Wilt u reageren op dit artikel?

Tonen bij bericht?
Na het versturen, wordt uw reactie gecontroleerd door onze redactie voordat het geplaatst wordt.