De grootheid van een ideaal ligt niet in het bereiken ervan maar in het streven ernaar.

Archief

Nieuw in archief | Artikel overzicht
A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | Q | R | S | T | U | V | W | X | Y | Z |

08-03-2012 

Zich vangen in het voorbeen!

19 februari 2012

Bij het  verruimen van de draf of de stap, bestaat het gevaar dat het paard zich met het achterbeen trapt in het voorbeen aan dezelfde zijde.

 

In de rijkunst horen we vaak dat het paard één of meerdere hoeven overstapt. Hiermee wordt bedoeld, dat de afdruk van het achterbeen zich voor de afdruk van de voorhoef  bevindt. Het paard stapt ruim over (voorbij het voorbeen)  

Een ruime stap is zeer gunstig. Het paard is soepel en loopt doorgaans ontspannen, waardoor het achterbeen ruim naar voren kan grijpen. Hierbij kan het paard zichzelf echter in het voorbeen aan de zelfde zijde trappen.

We zien dit verschijnsel veel bij jong paarden of paarden met een slechte of weinig balans.

Paarden lopen van nature op de voorhand met 3/5e deel van hun gewicht.

Dit heeft tot gevolg dat het voorbeen zwaarder belast wordt, waardoor het relatief langer op de grond blijft staan en dus ver onder het lichaam (naar achteren) wordt gebracht, voordat het opgetild wordt. Bovendien wordt het door de grote dragende en ondersteunende functie snel weer op de grond geplaatst. Hierdoor zal dit been (en schouder) geen grote ruimgrijpende beweging voorwaarts maken.

Het achterbeen daarentegen dat minder gewicht draagt, komt daardoor het (nog niet opgetilde) voorbeen tegen, vlak voordat deze opgetild wordt. Derhalve bestaat de kans dat deze in het voorbeen grijpt.

Het voorbeen is dus als het ware trager dan het achterbeen door de grotere gewichts-belasting.
Beslag kan dit verschijnsel (vooral bij jonge paarden) verergeren, doordat het ijzer het been zwaarder maakt. 

Tijdens de opleiding leert het paard zijn gewicht steeds meer naar de achterhand te brengen, waardoor de voorhand lichter (minder belast) wordt en het voorbeen c.q. schouder dus makkelijker en vrijer opgetild kan worden. Hierdoor kan het paard makkelijker en vrijer uit de schouder voorwaarts stappen/grijpen. (schoudervrijheid).

 

 

 


Bij de verruiming van de stap of draf is het dus van het grootste belang dat de verruiming voortkomt uit een actiever en draagkrachtiger achterbeen en niet uit een gewichts-verplaatsing naar de schouders (als gevolg van grotere stuwkracht en gebrek aan draagkracht) en een versnelling van de passen.
Met andere woorden gedurende de opleiding moet het achterbeen sterker en draagkrachtiger worden, wil het paard correct kunnen verruimen.

In de klassieke rijkunst laten we het paard met het binnenachterbeen in het spoor tussen beide voorbenen grijpen. Op die manier stapt het paard letterlijk onder zijn zwaartepunt, wat een goede balans waarborgt en voorkomt men het grijpen in het voorbeen,. Zeker wanneer het paard zich nog in een natuurlijk evenwicht beweegt (op de voorhand).

 

Wilt u reageren op dit artikel?

Tonen bij bericht?
Na het versturen, wordt uw reactie gecontroleerd door onze redactie voordat het geplaatst wordt.