De sleutel naar de deur van verandering, zit aan de binnenkant.

De Galopwissel

 



De galopwissel ontstaat door van een linksgalop naar een rechtsgalop te wisselen of andersom.
Of van een contragalop naar een goede galop te wisselen. Dus door te wisselen van buiging van een renvers naar een travers of andersom.
Het is belangrijk dat men de voorhand en achterhand van het paard nauwkeurig kan plaatsen. Hiervoor moeten de oefeningen schouderbinnenwaarts en travers goed aangeleerd zijn.
De galop is een drietakt met een zweefmoment. We kennen een linker- en een rechtergalop.

 

 

De volgorde van de beenzetting in de rechtergalop is als volgt:

  • linkerachterbeen;
  • linkerdiagonaal (rechterachterbeen, linkervoorbeen);
  • rechtervoorbeen;
  • zweefmoment.


Op het linker plaatje zie je de rechtergalop

Door de hulpen te geven voor de linkergalop (rechter plaatje) in het zweefmoment (4), wordt het nieuwe achterbeen (linker) naar voren gehaald, zodat deze de eerste fase van de rechtergalop kan inzetten

OEFENINGEN OM DE GALOPWISSEL VOOR TE BEREIDEN

  • overgang stap – galop: Wanneer uw paard makkelijk vanuit draf aanspringt in galop, kan het paard getraind worden om vanuit stap aan te galopperen.
  • overgang galop – stap: De overgang van galop naar de stap is een goede manier om uw paard te leren verzamelen, mits hij daarbij niet op de voorhand valt en dus bergopwaarts blijft.
  • verzamelen en verruimen in galop: Door in galop het paard te verzamelen door traversmatig te galopperen op een volte en vanuit het binnenbeen het binnenachterbeen van het paard weer onder het zwaartepunt te vragen en te verruimen, kan men het tempo wisselen.
  • de contragalop: De contragalop bevordert het rechtgericht zijn van het paard. Door enigszins renversmatig te stappen en dan in de renversgalop (contragalop) aan te springen verbetert de balans.
  • wisselen van buiging in stap: oefen het wisselen van de linkerbuiging naar de rechterbuiging met ondertredend buitenachterbeen door b.v. op de AC-lijn in stap te wisselen van de travers naar de renvers. Dit traint het buitenachterbeen onder het zwaartepunt te treden.
  • de eenvoudige galopwissel: Maak een overgang van galop naar stap en wissel naar de andere galop na enkele passen in stap (3 à 4). Het aantal tussenliggende stappassen kan mettertijd verminderd worden naar één enkele pas. Zo ontstaat de eenvoudige galopwissel

DE HULPEN
De vliegende galopwissel ontstaat door vanuit een lichte traversmatige galop te wisselen naar een lichte renversmatige galop in het zweefmoment.
Doordat de ruiter in dit zweefmoment zijn andere, nieuwe zitbeenknobbel belast, waardoor de binnenste rugspier samentrekt en de nieuwe binnenheup naar voren komt, komt het nieuwe buitenachterbeen onder het zwaartepunt.

DE VOLGENDE HULPEN WORDEN HIERBIJ GEGEVEN IN HET ZWEEFMOMENT

  • het nieuwe binnenbeen komt op de singel
  • de nieuwe binnenteugel en het nieuwe buitenbeen zorgen samen met het nieuwe binnenbeen en binnenzitbeenknobbel van de ruiter voor de instandhouding van de nieuwe buiging.
  • het nieuwe buitenbeen komt achter de singel en vraagt het nieuwe buitenachterbeen onder te treden (travers).
  • Als de wissel lukt direct belonen en stoppen, zodat het paard deze ervaring op kan slaan.

Het is handig om de wissel te oefenen op een vaste plek in de rijbaan op een rechte lijn.
Zodra het paard de wissel hier goed uitvoert kan men ze ook elders in de rijbaan gaan oefenen.

MOGELIJKHEDEN

  • wissel op de hoefslag van de contragalop (renversgalop) naar galop
  • wissel op de diagonaal
  • appuyeer vanaf de middenlijn naar de hoefslag en wissel op de hoefslag.
  • rijdt een halve grote volte van A naar X , wissel op X en rijdt een halve grote volte van X naar C.
  • wissel bij het rijden van een slangevolte iedere keer dat u de AC-lijn passeert.
  • wissel op een grote volte van renversgalop naar galop.
Terug naar boven

Heeft u vragen of interesse?

Heeft u vragen, opmerkingen of interesse? Vult u dan onderstaand formulier in en u ontvangt zo spoedig mogelijk bericht.

Naam:
Email: