Wie niet vragend is, is niet zoekende en wie niet zoekt staat stil in zijn zoektocht naar enig antwoord

3. De opleiding van het paard

Wanneer het paard zich op de volte laat sturen, kunnen we beginnen met de eigenlijke opleiding of training van het paard.

In de voorbereidende fases is het paard:

  • gegymnastiseerd,
  • heeft een zekere mate van balans gekregen
  • en is sterk genoeg geworden om een ruiter te kunnen dragen.

De volgende fase is de fase, waarin het paard verder geschoold wordt met een ruiter op zijn rug.
Nieuwe oefeningen worden echter eerst het paard vanaf de grond aangeleerd, alvorens ze rijdend te oefenen. Dit vereenvoudigt het leerproces voor het paard:

  • doordat hij eerst de hulpgeving voor de betreffende oefening aangeleerd krijgt,
  • zijn balans leert vinden in de nieuwe oefening alvorens hij het moet uitvoeren met een extra gewicht op zijn rug. 

ALGEMENE OPBOUW VAN DE OEFENING

  • Alle oefeningen worden eerst aangeleerd in een langzame gedragen stap (slow motion)
  • Ook in de stap kan men het paard vragen zich te verzamelen of te verruimen in de oefening
  • Zodra paard en ruiter de oefening in stap beheersen, kan de oefening in draf gereden worden.
  • In draf zit men door, zodat men de rug van het paard beter kan voelen.
  • Als paard en ruiter de oefening in draf kunnen uitvoeren, kan het in de galop gevraagd worden.
  • Vanuit de historie wordt een paard pas gevraagd te galopperen wanneer hij zich traversmatig kan bewegen. Op die manier wordt de stuwkracht beperkt, wat voorkomt dat het paard zich in de galop sterk maakt.

DE OEFENINGEN

1.
2.
3.
4.
5.
6.
7. 
8.
9.
10.
11.
12.

volte/slangenvolte
rechtuit met buiging
schouder binnenwaarts
travers
renvers
appuyement
zijgangen op de volte
pirouettes
galopwissel
piaf
passage
Hoge school oefeningen

En allerlei varianten van bovengenoemde oefeningen

De volgorde van bovenstaande oefeningen is gebaseerd op de onderstaande trainings-opbouw, waarin we werken aan de volgende punten, achtereenvolgens:

  1. lengtebuiging, ondertreden, voorwaarts-neerwaarts oef. a en b
  2. training van het binnenachterbeen oef. c
  3. training van het buitenachterbeen oef. d en e
  4. training van beide achterbenen tegelijk oef. f
  5. voorbereiding op de verzameling oef. g, h.en i
  6. verzameling en oprichting oef. j en k
  7. de Hoge School oefeningen oef. m

ENKELE ALGEMENE TRAININGSREGELS

  • let op de signalen die het paard afgeeft. Bijvoorbeeld: hij wordt moe, laat het hoofd hangen en wordt zwaar in de hand.
  • een nieuwe oefening gedoseerd aanbieden
  • wees tevreden met 1 goede pas, het worden er vanzelf meer
  • blijf een oefening die goed gaat niet eindeloos herhalen, maar beloon hem door te stoppen.
  • Zorg dat je een doel hebt, iedere keer wanneer je de rijbaan betreedt. Houdt je aan je trainingsplan/doel. Is het doel bereikt na 10 minuten – stop, verleg je doel niet.
  • het gaat om de kwaliteit niet om de kwantiteit.
  • alle oefeningen worden in de Academische Rijkunst eerst aangeleerd aan de hand, zodat het paard de hulpen leert combineren met de oefening, en zo de betekenis van de hulpen leert.

Door de oefening in onbelaste vorm aan te leren, leert het paard welke spieren hij aan moet spannen en welke hij moet ontspannen. Hierin kan hij zijn evenwicht zoeken, zonder een evt. storend gewicht van de ruiter, welke hem weer uit balans kan brengen.

Terug naar boven

Heeft u vragen of interesse?

Heeft u vragen, opmerkingen of interesse? Vult u dan onderstaand formulier in en u ontvangt zo spoedig mogelijk bericht.

Naam:
Email: